Sperwer

Het is een relatief kleine roofvogel met een lengte van 28 tot 38 cm. Het vrouwtje is beduidend groter dan het mannetje, en ze hebben een gele iris en lange dunne krachtige gele poten en tenen. Ze hebben een fijn gebandeerde borst, licht van onderen, grijs van boven met een breed gebandeerde staart. Tamelijk korte, brede vleugels en een lange staart met scherpe hoeken. Kop steekt niet ver uit. Kenmerkende vlucht is een paar keer snel slaan met de vleugels en dan glijden. Schroeft ook op thermiek. Sperwers zijn verder in staat om snelheden te halen tot wel 50 km per uur en kortstondig zelfs tot meer dan 100 km per uur tijdens een aanval op de prooi.                                                              Spanwijdte is 60 tot 75 cm en het gewicht is 280 tot 320 gram. Levensduur is 1 tot 20 jaar echter is het gemiddelde 2 jaar.              De Sperwer is een bosrandvogel, en verkiest kleinschalige landschappen met voldoende naaldbos om in te broeden en jagen doet hij vaker in de iets meer open landschappen met voldoende dekking zoals struikenen houtkanten. In de winter duiken ze vaak op in stadstuinen en parken en is de voederplaats een gewilde stek. Vind je dan ook een plukpaats, hoopje losgerukte veren dan is dit een plaats waar de Sperwer bezig is geweest. Sperwers zijn drieste, volhardende jagers. Prooien vangen ze in een verrassingsaanval en ze staan ook bekend om hun snelle wendbare vlucht die ze in staat stelt de prooi in de lucht te vangen. Hun prooien zijn doorgaans zangvogels zoals mussen, mezen, vinken en spreeuwen, het vrouwtje vangt ook grotere prooien zoals bv de turkse tortel.