Zomertaling
De Zomertaling is een kleine eendensoort van ongeveer 37 tot 41 cm groot.
Het mannetje heeft een paars bruine kop met naast het oog tot aan de hals een witte streep die een soort boog vormt. Verder een bruine borst, en de rug is grijs met zwart witte schouderveren maar ook allerlei blauwe accenten op de veren.
Het vrouwtje lijkt veel op de Wintertaling maar ze zijn wat groter van stuk.
Dat wil zeggen dat ze bruin van kleur zijn met een witte keel, een gestreepte kop met een duidelijke donkere oogstreep, bleke wenkbrauwstreep, en een lichte vlek aan de snavel basis met een onduidelijke groene spiegel. Poten en de snavel zijn grijs van kleur.
Geluid wat ze maken is een droge, korte, krakende roep, een beetje kikkerachtig en het vrouwtje heeft een hoge kwaak.
De Zomertaling leeft vooral in drassige en moerasachtige gebieden met een goede waterkwaliteit en waar je ook veel oever en waterplanten vindt. Ook in grasgebieden met veel hooiland en open water zul je ze vinden. Buiten het broedseizoen gaan ze naar grote zoetwatermeren met veel drijvende en oevervegetatie. Het zijn trekvogels en gedurende trek rusten ze uit bij kwelders of lagunes langs de kust. In juli vertrekken ze van hun broedgronden en scholen tijdens de trek in grote groepen. In de winter zoeken ze dus ook de warmere gebieden op. De Zomertaling is een omnivoor, maar hun dieet verschilt per periode. In de winter eten ze met name plantaardig voedsel zoals zaden, waterplanten, bladeren, knoppen, wortelstokken en gras, dit ook omdat aanbod minder is van wat ze in de zomer eten. Het voedsel in de zomer bestaat uit waterdiertjes, insecten zoals waterkevers, kokerjuffers, muggen, mollusken, garnaaltjes, wormen en kikkervisjes. Ze zoeken hun voedsel op of net onder de waterspiegel.