Nonnetje

De woerd is grotendeels wit met een witte kuif. Een opvallende zwarte oogvlek van waaruit een dunne zwarte streep naar een zwarte vlek op het achterhoofd loopt. De rug is zwart van kleur met enkel dunne zwarte strepen over de zijborst en flanken.

Het vrouwtje valt minder op door haar roestbruine kop met witte keel en een donker grijs lichaam, en onderkant is witachtig. De snavel van beiden is smal en de bovenkant is aan het einde haakvormig en heeft ook tandachtige lamellen op de snijranden. Het nonnetje is de kleinste van de drie zaagbekken, die deze naam hebben gekregen omdat ze een gezaagde rand hebben aan de snavel.
Grootte is ongeveer 38 tot 44 cm.

 

Hun leefgebied is voornamelijk in het hoge noorden boreale bossen aan langzaam stromende rivieren en heldere meren. Het zijn trekvogels en overwinteren op grote zoetwatermeren, niet bevroren rivieren en bv ook baaien. Het Nonnetje vindt het belangrijker dat er veel vis zit en dan doet de soort vis niet echt ter zake. Als het maar ter grootte is van 3 tot 6 cm. Maar het dieet verschilt wel per seizoen. Want tijdens het broedseizoen eten ze plantaardig voedsel, insecten( larven), kreeftachtigen, vis en zelfs amfibieën en in de winter voornamelijk vis.

Hier in de winter in Nederland vooral spiering, pos en baars, maar ook kreeftachtigen, slakken en waterkevers. Het voedsel bestaat voornamelijk uit waterdieren, die worden opgedoken en dankzij hun getande snavel kunnen ze deze goed vastpakken. Soms foerageren ze in een grote groep die in één keer onderduikt en na 12 tot 13 seconden weer boven komt. Dat noemen ze sociaal foerageren.