Siberische Taling
Het mannetje van de Siberische Taling heeft een wijnrode borst met zwarte ronde vlekken, de flanken zijn grijs met fijne zwarte golflijntjes. De schouderveren zijn verlengd, smal en puntig en in het midden zwart met bovenaan een bruine en onderaan een okergele zoom. Hij heeft verder een zwarte bovenkop, een okergeel gezicht en een halvemaanvormige groene streep van achter het oog tot de zijkant van de hals. Een smal zwart streepje gaat dwars over de wangen dat overgaat in de dito gekleurde kin- en keelstreek. De spiegel is bronsgroen. Het vrouwtje onderscheidt zich van de Wintertaling door de witte vlek voor op de snavelbasis.
De Siberische Taling, of wel de Baikaltaling is een grondeleend, en tevens een trekvogel. Ze worden vaak gezien bij moerassen, meren en rivieren waar ze zich kunnen voeden, met zowel waterplanten als kleine ongewervelden. Het voedsel bestaat uit voornamelijk plantaardig materiaal, zoals gras, waterplanten, zaden en graszaden.Maar ze eten ook insecten en andere kleine dierlijke organismen.
In Nederland is het een dwaalgast met in totaal slechts 13 aanvaarde waarnemingen. Laatste waarneming in mei 2026 in de Oostvaardersplassen aan de kant van Lelystad.